zaterdag 23 oktober 2010

Reflecties op het lichtgevoelige laagje van het netvlies.


zelfportret 09-02-28

De schilderijen van Lique Schoot.

Met een bewonderenswaardige consequentheid werkt Lique Schoot sinds einde jaren 90 aan haar oeuvre. Consequent want ze heeft zich helemaal verklaard tot het zelfportret als haar medium. Dit vereist moed, altijd de dialoog met jezelf aan te gaan, je beeltenis analyseren en becommentarieëren. Daarbij, etiketten als dat het narcistisch werk zou zijn worden door derden onterecht vlug geplaatst.
Lique Schoot is een schilder die met weinig verf toe kan. Haar manier van schilderen is vakkundig maar heel ijl. Hierin doet ze denken aan schilders van “ Les Vingt “ eind 19e eeuw. Enkele leden van deze groep symbolisten wilden zich juist afzetten tegen al te pasteus werken om hierdoor vergeestelijkte taferelen te kunnen scheppen.  Kijk naar haar “ zelfportret 09-02-28 “ . De achtergrond doet denken hoe Xavier Mellery interieurs weer gaf; ( L’ ame des choses ) het geheel heeft weer weg van “Who shall deliver me” van Fernand Khnopff .  Toch is het een 21e eeuws schilderij en ook een typisch Nederlands schilderij in de zin van het zakelijk weergeven van de zichtbare werkelijkheid.
On n’ a que soi , ( men heeft slechts zich zelf ) de lijfspreuk van Fernand Khnopff zou ook op Lique Schoot kunnen slaan. Men heeft slechts zich zelf, praktisch gesteld, het onderwerp, model, studieobject wat het dichtst onder handbereik is.
Er zijn schilders die als het ware de wereld willen omarmen. Die in hun beeldhonger aanleidingen om te schilderen van overal vandaan plukken. Bij Lique Schoot niets van dat. Eerder het tegenover gestelde. Lique’s startpunt ligt bij haar zelf gecentreerd vanuit het zelfportret maar bouwt van daaruit een heel schilderkundig universum op. Deze zelfportretten zijn vaak erg zakelijk geschilderd alsof het documentairefotografie betreft. Toch suggereren deze beelden bol te staan van metaforen, symbolisme en poëzie. Sec betreft het ook een letterlijke waarneming van een bepaald tijdstip ,locatie en waar de kunstenares op dat moment aanwezig was. Lique Schoot schiet sinds 2003 met een pocketcamera iedere dag een foto van haarzelf. Deze reeks beelden is het vertrekpunt van haar schilderkundig werk. Een nu al 7 jaar durend document in foto’s over het verglijden van de tijd. Haar visuele dagboeken.

Natuurlijk, deze zelfportretten gaan over Lique Schoot. Onvermijdelijk wanneer een kunstenaar zich zelf schildert. Lique Schoot maakt zich tegelijk niet echt druk over hoe de wereld haar ziet . Echter, ze speelt ook geen rollenspel met identiteiten. Wat zijn deze zelfportretten dan toch ? Wat maakt dit werk zo fascinerend ? Naar mijn idee dat ze zo precies over het slappe koord wandelt boven de afgrond van enerzijds ijdelheid en anderzijds toneelspel. Ze valt er niet in. Lique is Lique en registreert dat met een precieze genadeloze eerlijkheid. Waarom doen veel van haar werken dan herinneren aan eerdere werken uit de kunstgeschiedenis of suggereren een zeker symbolisme ? Dit lijkt in tegenspraak met haar reporterachtige benadering . Toch schuilt juist hierin de klasse van haar kunstenaarschap. Een kunstenaar herkent de poëtische motieven waar die zich voor doen. Juist in een zakelijke registratie van de waarneming kan zich het mysterie ontwaren. Zelfportret 09-02-08 kan plat omschreven worden als zelfportret in een blauwe ruimte met een open deur maar wat een suggestieve kracht gaat er vanuit. De vorsende blik, de ruimte achter het persoon, de donkere ruimte achter de open deur. Alles suggereert een verhaal. Alles is als het ware bezield met leven.  Geheimzinnig zonder valse pretenties.
Lique Schoot speelt geen toneel in haar schilderijen en zal zeker niet op een pathetische manier emoties uitspelen. Als ze in haar beeldkeuze speelt met emoties is het een subtiel spel. Niets zal het evenwicht op het slappe koord verstoren. Zelfs in haar Lique erotique serie niet waar ze toch wel heel dicht een andere visuele dagboeken auteur nadert. Namelijk de fotografe Natasha Merrit met haar nog al expliciete Digital Diaries.  Omdat Lique Schoot vanaf 2003 iedere dag een foto van haar zelf heeft genomen is het als toeschouwer mogelijk om een spoor in de tijd te volgen. Haar fotografische zelfportretten zijn geschoten met een eenvoudige niet digitale pocketcamera. Het camerastandpunt is altijd op armafstand. Per maand een filmrolletje. Een zeer streng rigide concept van handelen. Vanuit dit strakke kader weet Lique Schoot een heel oeuvre te creëren waarin ze een hele grote bandbreedte aan indrukken en stemmingen raakt. Kunstzinnige vrijheid ontplooit zich pas wanneer de kunstenaar zich verbindt aan een thema en daar mee in de weer gaat. Lique Schoot heeft met haar verbondenheid aan het zelfportret een medium gevonden om haar schilderkundig spel te spelen en haar beeldend verhaal te vertellen. Haar zelfportretten overstijgen het gegeven dat het hier alleen over Lique Schoot gaat. Het gaat hier over leven, tijd, gevoel als universele begrippen. Haar zelfportretten zijn op te vatten als persoonlijke metaforen voor deze grote thema’s .



Fernand Khnopff Xavier Mellery



donderdag 9 september 2010

Joanna Pałys, Industriële Archeologie op op groot formaat.






In April 2010 had de Poolse Schilderes Joanna Pałys de eer om de laatste presentatie te hebben in H87. De raamgalerie die door Lique Schoot en ondergetekende 4 jaar lang werd georganiseerd op Hommelseweg 87 in Arnhem. Tevens was dit de eerste keer dat er werk te zien was van deze kunstenares in Nederland. Joanna Pałys zit in eigen land aardig in de lift met haar groot formaat doeken met monochroom geschilderde industriële architectuur. Haar werk verdient het om ook in Nederland bekend te worden. Buiten Polen is haar werk onder andere te zien geweest op NordArt 2008 in Duitsland en heeft ze een muurschildering gemaakt in Hotel Bloom in Brussel.
De volgende tekst is een vertaling van het artikel over Joanna Pałys wat is verschenen in Format, piszmo artystyczne 58 voorjaar 2010 .






Anna Kania
Tweede leven.

In de vorige editie van het concours voor jonge schilders in Legnica “ Promocje 2008”
wou redactie van Format de winnaar onderscheiden in de vorm van een presentatie in het tijdschrift. De jury van de Grand Prix van het concours reikte de prijs uit aan de Wrocławse kunstenares Joanna Pałys.
Haar cyclus “ Pejzaż postindustrialny” ( industrieel landschap ) is typerend voor de artistieke houding van Pałys welke door de jury werd gewaardeerd. Deze cyclus is voortgezet en doorontwikkeld in haar latere projecten. Hierin presenteert zij een soort van contemplatieve schilderijen, die de aandacht vestigen op het ervaren van de werkelijkheid om ons heen, of liever zijn fragmenten. Die ooit levendige en nu lege post industriële terreinen. De door de vooruitgang van de technologie verlaten voormalige fabrieksgebouwen. Tegenwoordig vaak hergebruikt voor een nieuwe dienst of gebruiker. ( bijvoorbeeld : Horeca, bewoning of galerieruimte )
Maar zij hebben een eigen schoonheid, getekend door de verstreken tijd, slijtage en vernieling. De schoonheid van vergankelijkheid roept een aura van mysterie op welk voor de kunstenares het thema van haar kunst is. Met het tweede leven wat deze objecten krijgen, als onderwerp voor schilderijen, foto’s of film leven ze voort in een andere dimensie. Die van de Kunsten. Dienend als beeldelement in een compositie of als hoofdthema van de werken. Dat is het geval bij de werken van Joanna Pałys.  Het herkennen en artistiek inzetten van de magie van die terloopse plekken.
Joanna Pałys. Schildert landschappen op grote formaten gebaseerd op eerder gemaakte foto’s. Haar werken zijn gewoonlijk tamelijk monochroom en laten sporen van industrie  zien op een egale achtergrond. Donkere structuren die het schilderij domineren en zich vaak verder buiten het kader uitstrekken. Menselijke gedaantes zijn afwezig, zoals sowieso enige associatie van leven ontbreekt. Wat blijft is een angstaanjagende leegte en stilte welke aanzet tot reflectie en contemplatie. De dramatische expressiviteit van deze werken zet zich door in het coloriet. De beelden zijn opgebouwd uit koele grijzen en roestige okers. Hier heerst de indruk van ontoegankelijkheid maar wel het verlangen om dieper door te dringen in dit werk.
Heel wat anders, in emotionele zin, kan men ervaren in het volgende werk van Joanna Pałys. Namelijk in de muurschildering die ze heeft geschilderd op de Wrocławiu Browarze mieszczańskim ( Burgerlijke Brouwerij Wrocław ) welke voorheen een verlaten post industriële ruimte was en nu een huis voor de kunsten. In roden en gelen is op een van de buitenmuren een gemakkelijk te herkennen objekt geschilderd, namenlijk de Most Grunwaldski ( Grunwaldbrug in Wrocław, bekend punt in de stad ) Van dit bekende en nabije objekt maakte ze een werk met een dubieus vriendelijke lading. Deze muurschildering alsmede de cyclus “Pejzaż postindustrialny “ waren een deel van haar afstudeerwerk, waarmee ze belangstelling wist te wekken van een breed publiek. Ik moet toegeven dat Joanna Pałys  zich consequent beweegt in de door haar ingeslagen richting, voortdurend in dialoog met de voormalig industriële ruimte en in het algemeen, het stedelijk landschap welk haar fascineert en een onuitputtelijke bron van inspiratie lijkt te zijn.

Vertaald uit het pools door Rogier Janssen.








dinsdag 7 september 2010

prezentacji H87. 25-08-2010 Konferencja Sztuka Blizka i daleka Rawicz


Szanowni Państwo,

w mojej prezentacji pragnę opowiedzieć o małym moście sztuki - inicjatywie H87. Od 10 lat w dużych miastach Holandii panuje moda na organizowanie wystaw, które odniosłyby sukces komercyjny. Łatwym sposobem na przyciągnięcie publiczności są nieskomplikowane i proste w odbiorze wystawy dla każdego. Muzea Groningen i Noord Brabanst cieszyły się dużym zainteresowaniem ściągając na raczej przeciętne wystawy tłumy widzów.
Należy postawić pytanie: czy te wystawy rzeczywiście dotyczą sztuki nowoczesnej czy  może ich celem jest jedynie zebranie rzeszy publiczności?
  W 2006 roku Lique Schoot razem z Theo Jennissen zdecydowali, że przyszedł czas na coś innego. Zamiast dużych, często nudnych, wystaw organizowanych w muzeach chcieli stworzyć przestrzeń artystyczną w miejscach łatwo dostępnych, znajdujących się w blisko ludzi.
Na ulicy Hommelseweg 87 przez długi czas stał pusty sklep z dużym oknem wystawowym, który okazał się idealnym miejscem dla nowej inicjatywy H87. Realizacja projektu była możliwa dzięki pomocy Urzędu Miasta i organizacji Slak, dzięki którym udało się otrzymać dofinansowanie i miejsce do realizacji. Harrie Schenning z HuntenKunst natomiast pomógł wyposażyć galerię w ekrany wystawowe. W tym okresie również osobiście zostałem zaangażowany w charakterze pomocy technicznej.
Takim oto sposobem H87 urodziło się.
  W ciągu 4 lat projekt H87 stał się istną witryną sztuki. Pomysł był prosty, a zarazem bardzo efektowny. Zaproszeni artyści proszeni byli o stworzenie wystawy za szybą witryny sklepowej, która w sposób oczywisty była widoczna dla każdego przechodnia. W rezultacie osoby nie mające styczności ze sztuką, miały możliwość nią się zainteresować, a nawet zachwycić.
  Kiedy Theo Jennissen przestał współpracować, zostałem zaproszony przez Lique do pomocy przy organizacji wystaw. Pierwszą rzeczą jaką zrobiłem, było rozszerzenie projektu o przestrzeń wirtualną. Stworzyłem profil H87 na serwerze MySpace, gdzie zostały między innymi umieszczone zaproszenia, plakaty, dokumentacja fotograficzna oraz wiele innych informacji. Po przez MySpace pragnąłem zainspirować i zachęcić innych artystów do współpracy z H87. Internet stał się niezwykle skutecznym źródłem przepływu idei. Siłą inicjatywy H87 nadal jest prostota i mocny koncept bez ograniczeń. Wszyscy artyści byli zaproszeni do przygotowania wystawy za oknem szyby wystawowej na przestrzeni 2m x 4m x 2.5 m. Każdej wystawie towarzyszył plakat informujący o artyście i jego pracy.
 Przez ostatnie 4 lata w H87 można było zobaczyć fotografie, ceramikę, rzeźbę, malarstwo, instalacje i video. 
Udział wzięli:
Theo Jennissen NL, fotografia 2006
Henk Braam NL, fotografia 2006
Henk van Rooij NL, ceramika 2006
Kitty Doomernik NL, instalacja 2006
Salwa Jabli, rzeźba NL Tunesia 2007
Anneke Savert NL, fotgrafia i instalacja 2007
Marije Kos NL malarstwo Thea Kanters NL ceramika 2007
Christophe Meul B grafika cyfrowa 2007
Justin Prang NL rzeźba i instalacja  2008
Laila Evensen NO video-art 2008
Rogier Janssen NL malarstwo 2008
Ferry van der Boom NL malarstwo 2008
Mark Kuster NL malarstwo 2009
Ina Smits NL instalacja  2009
Hanneke Wetzer NL ilustracja i instalacja 2009
Nadia Fleming NL Project-space 2009
Jacek Jarczewski PL malarstwo 2009
Carl Cruysberghs B grafika cyfrowa 2009
Syberian Art gallery RUS reportaż fotograficzny z land-art  Syberii centralnej 2009
SEEDS cooperative gallery 2009/10 wymiana po między H87 i Seeds gallery in USA.
Patrick Harris USA grafika 2010
Joanna Palys PL malarstwo 2010-07-06

H87 dzięki profilowi internetowemu na MySpace zdołało dodatkowo nawiązać wiele kontaktów międzynarodowych. Pięknym przykładem była wystawa video zrealizowana przez Laila Evensen z Norwegii. Oboje z Lique byliśmy zachwyceni niespotykaną poetyckością jej pracy, zauważonej podczas wystawy NordArt w Niemczech, i w rezultacie postanowiliśmy zaprosić ją do współpracy. Zapytałem Laile czy zainteresowana jest wystawieniem prac w H87? W ciągu 5 minut uzyskałem niesłychanie entuzjastyczną odpowiedź. Przez miesiąc jej prace były wyświetlane wewnątrz witryny - co tydzień można było obejrzeć inne video Laili. Ponadto, jej prace video były reprezentowane przez H87 na Festiwalu Filmów Woeste Weduwe w Arnhem.
  Kolejnym ciekawym etapem była współpraca internetowa H87 z Seeds Cooperative Gallery w Winston Salem USA. Seed Gallery posiada podobny profil pracy do H87, albowiem w analogiczny sposób stara się wprowadzić sztukę w otoczenie społeczne. W zeszłym roku zaproponowałem Alexowi Norwood z Seed, aby poprosił współpracujących z nim artystów o stworzenie takich prac, które udałoby się wysłać pocztą do H87 i odwrotnie, na zasadzie wymiany. Reakcja Alexa i jego artystów była bardzo żywiołowa i entuzjastyczna. Nie zwlekając, wysłałem im dość pokaźny plik naszych prac i ku mojemu szczęściu otrzymałem podobny wraz z pozdrowieniami z Winston Salem. W grudniu 2009 doszło do transatlantyckiego otwarcia wystawy - jednocześnie w Arnhem i Winston Salem w USA.
  Niestety dobra passa H87 załamała się w kwietniu następnego roku. Urząd Miasta Arnhem w liście powiadomił nas o nakazie niemalże niezwłocznego opuszczenia budynku, w którym znajdowała się galeria, w nieprzekraczalnym terminie do 1 maja 2010.
Cholera! W tym właśnie momencie w naszej witrynie wystawiony był ogromny obraz polskiej obiecującej artystki Joanny Pałys, która pierwszy raz miała możliwość pokazania swoich prac w Holandii.
  Mam nadzieję, że w najbliższej przyszłości uda nam się znaleźć nowe, równie atrakcyjne miejsce, w którym inicjatywa H87 byłaby kontynuowana.
4 ostatnie lata dały nam bardzo dużo satysfakcji płynącej z realizacji owego projektu - witryny sztuki. Dzięki niemu zostały nawiązane ciekawe i inspirujące znajomości oraz udało nam się pokazać na prawdę fantastyczne prace niezwykłych artystów. To wszystko dowodzi, że koncept działa i warto go nadal realizować. Jednak najważniejszą wartość stanowią odbiorcy, dzięki którym projekt mógł w tak  nieoczekiwany sposób rozkwitnąć. Często widziałem ludzi, którzy pomimo codziennego pośpiechu, spraw do załatwienia, rzeczy do uporządkowania czy różnych zainteresowań przystawali i z ciekawością oglądali wystawę w witrynach okien H87. Nie spodziewałem się po nich takiego odbioru. Tak, teraz jestem pewien, że powstał prawdziwy most sztuki dla ludzi.






Tłumaczenie: Piotr Giardecki i Barbara Bogdziewicz

Berichten vanuit het einde der tijden , Amen. De werken van Christophe Meul




Na zo’n boek blijft de auteur slechts de keus tussen de vuurmond van een pistool en de voeten van het kruis. Die keus is gemaakt. ( 1903 J-K Huysmans over Tegen de Keer )


Werkelijk, alleen Schopenhauer had gelijk! Wat betekenden alle evangelische artsenijboeken vergeleken bij zijn verhandelingen over geestelijke hygiëne ? Hij wilde niets genezen, beloofde de zieke mens geen enkele compensatie; geen enkele hoop; maar zijn theorie van het pessimisme was eigenlijk de grote troost voor superieure en voorname geesten . ( Tegen de keer. J-K Huysmans )

Berichten vanuit het einde der tijden , Amen.
De werken van Christophe Meul

Frequentator, hij die zich herhaalt. De tijd als een circulair gegeven in plaats van een lineair gegeven. Het werk Möbius road laat al zoiets zien. Een Möbiusring als metafoor van oneindigheid. Waar bij de meeste kunstenaars het begrip oneindigheid een positieve connotatie heeft zal dat bij Meul heel anders uitpakken. Zijn Möbiusringen zijn zoals de cirkels van de Hel in het Inferno van Dante waar Meul als een Vergilius de danteske toeschouwer doorheen voert. Onderweg de dwaasheid, het falen en te kort schieten van het mensdom tonend. Möbiusringen, circulair tijdsverloop, cirkels van de Hel, in Meul’s visie zal het mensdom niets leren en draait in kringetjes rond. Soms duiken er Christussen, Orakels of Cassandra’s op die roependen in de woestijn blijken te zijn.


In de afgelopen 10 jaar is er een thematische verschuiving in het werk van Meul te zien. Waar eerst de extreem geweldadig verlopen 20e eeuw zijn slagschaduw wierp over het werk van Meul, ziet men nu de verregaande atomisering van de hedendaagse maatschappij verbeeld. Nog altijd duiken er echo’s van vergane totalitaire regimes en schimmen uit het verleden op. maar steeds meer zijn de personen ge-isoleerde subjecten die het vermogen om direct met elkaar in contact te treden zijn verloren. Simpelweg omdat er onderling niets te melden valt of dat men elkaars taal niet begrijpt. Communicatie verloopt hoofdzakelijk via data-streams en men heeft voor de meest basale uitwisseling van informatie een intermediair nodig. De technologie heeft een hoge vlucht genomen maar de mensheid is niet mee gegroeid en reageert op de zelfde vaak stompzinnige reflexen die meer dan bekend zijn uit de geschiedenis. Meul lijkt er van doordrongen te zijn dat de mensheid enerzijds tot hoge culturele en technologische prestaties in staat is maar nog gemakkelijker vervalt tot apathie of destructie.
De wereld gaat ten onder, de horizon staat al in brand en Meul had het al lang voorzien is de boodschap. In zijn benadering van de kunsten is het moeilijk om overeenkomstige kunstenaars te benoemen. Zijn werk leunt sterk op het werk van filosofen, meer dan op de wereld van de beeldende kunst die ook maar in zich zelf rond draait. Zijn wapenbroeders zijn eerder de laat 19e eeuwse schrijvers als De Maupassant, Leautremont of een Huysmans. Een zelfde “fin de siecle” walging van de wereld stijgt op van zijn werk. Een giftige bedwelmende damp maar o zo verleidelijk . Het veroorzaakt hallucinante beelden van een duistere schoonheid. Het orakel van Delphi moest ook eerst bedwelmd worden met giftige dampen om tot visionaire uitspraken te komen.
Een recente grote invloed op het werk van Meul is de de filosoof Olaf Stapledon. Met name het boek Starmaker uit 1930 waarin vooruit gelopen wordt op virtuele werkelijkheden en noties van netwerken. Dit alles alsof een soort van seculiere Swedenborg of Jacob Lorber bezig is geweest met onderwerpen als de opbouw van het universum en het geestelijk leven. Door deze invloed heeft het recente werk van Meul aan metafysische diepte gewonnen. Het is alleen maar gissen waar dit toe gaat leiden. Ik eindig met het citaat waar ik mee begon: Na zo’n boek blijft de auteur slechts de keus tussen de vuurmond van een pistool en de voeten van het kruis. Die keus is gemaakt. ( 1903 J-K Huysmans over Tegen de Keer )
Jesus had day's like this.




Beta Nassau. Hoe de zichtbare wereld abstracte schilderkunst inhaalt


Beta Nassau video Piotr Wyrzykowski

Op 25 augustus 2010 werd in Rawicz ( Polen ) de conferentie “ Sztuka Blizka i Daleka “  ( Kunst dichtbij en veraf ) gehouden. Zelf was ik een van de sprekers met mijn referaat over het kunstprojekt H87. Andere sprekers waren Orest Holubets, kunsthistoricus en criticus uit L’viv Oekraiene en Krzysztof Dobrowolski verbonden aan het WRO ART Center te Wrocław. WRO ART Center richt zich sterk op nieuwe media in de kunst zoals videoart. Voor de conferentie liet Krzysztof Dobrowolski  enkele voorbeelden zien uit de verzameling “ The hidden decade “. Poolse vroege videoart. Een video bleef me enorm bij. Dat was Beta Nassau uit 1993 van de kunstenaar Piotr Wyrzykowski.

Het is wellicht spugen in het wijwatervat maar ik heb altijd een erg kritische verhouding gehad tot abstracte schilderkunst. Soms grenzend aan afkeer omdat mindere goden in de schilderkunst erg makkelijk onkunde verhullen in een makkelijk abstract expressionisme. Dit neemt niet weg dat ook ik moet erkennen dat in de 20e eeuwse kunstgeschiedenis abstracte kunst een zeer belangrijke plaats heeft ingenomen. In het nederlands kunstonderwijs heeft dat geresulteerd in dat non figuratie en abstractie de academische norm werd, waar aan men zich pas in het midden van de jaren 90 wist te ontworstelen. Toen werd er weer voorzichtig figuratief geschilderd.
Abstracte schilderkunst wordt meestal primair benaderd als product van een rationeel modernistisch proces. Men gaat terug tot de pure vorm, kleur en compositie. Haast wetenschappenlijk en wiskundig. Ten dele is dat ook zo maar juist de interessantere abstracte kunstenaars lieten zich leiden door een wel haast oud testamentische gedrevenheid waar de Dortse Synode een puntje aan kon zuigen. Het strenge cerebrale karakter van abstracte schilderkunst sluit behoorlijk aan bij de fixatie op het woord en de argwaan tegenover het beeld in de reformatorisch Nederlandse cultuur. Het geeft te denken dat in de eerste helft van de 20e eeuw juist in Protestantse landen een erg sterke hang was naar abstracte kunst waar in Katholieke landen met een focus op mysteriebeleving juist het Surrealisme diep wortel schoot. Piet Mondriaan die uit een streng Christelijk hervormd nest kwam is een prachtige illustratie van deze these. Bij andere grootmeesters van de Abstractie ,Barnett Newman en Mark Rothko, bemerk je dat ook bij hen de hete adem van de wrekende demiurg uit het oude testament, in hun nek staat te hijgen. Het genie Yves Klein valt enigzins uit het geschetste kader . Een streng protestantse of orthodox joodse achtergrond is me niet bekend bij hem. Yves Klein combineerde een zekere speelsheid van gedachte met een streng abstract concept.
 In mijn beleving en dat gaat misschien ver zit er in de abstracte schilderkunst een onbewust religieuze onderstroom welk vijandig staat tegen het afbeelden van de werkelijkheid. Zoals het 2e gebod bepaalt: Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. 
Voor iemand afkomstig uit een katholiek gekleurde cultuur waarin het beeld juist heel belangrijk is als boodschapdrager komt deze strengheid zachtjes gezegd vreemd over.
 Wat schilders als Barnett Newman en ook Yves Klein met zijn blauwe monochromen wel weergaloos wisten te bereiken is dat je als toeschouwer een vermoeden krijgt van “het oneindige” .  Dit is abstracte schilderkunst op zijn best. Het weergeven van iets wat onbenoembaar en onmeetbaar is. In dat opzicht heeft de abstracte schilderkunst zijn relevantie bewezen.
Bij het bekijken van Beta Nassau is het vrij gemakkelijk een zelfde gewaarwording te ervaren. Het is videoart maar het komt over als een abstract schilderij. En dan niet zomaar eentje maar een doek van erg hoog niveau. De associaties gaan richting Newman en nog vaker doet het herinneren aan de abstracte doeken van Richter. Maar waar zitten we naar te kijken ? Een video waarvan de camera een vast standpunt heeft en een vaste lensinstelling. De eerste momenten zie je beeldvullend golfpatronen en schittering van water.  Na enige tijd schuift er van rechts een vlak in beeld . In de volgende minuten zien we van rechts naar links de meest fantastische abstracte patronen voorbij schuiven. Rood en blauw zijn de meest opmerkelijke kleurvlakken met daarbij accenten van geel en bruin.
Omdat de menselijke waarneming geconditioneerd is door de zichtbare wereld worden abstracte patronen vaak bewust of onbewust geinterpreteerd als landschappelijk of met andere motieven uit de realiteit. Dit tegen de bedoeling van zuivere abstractie in. Het gaat over kleur, structuur, kwaststreek etcetera. Het lijkt alsof Beta Nassau speelt met deze spagaat. Je ziet kleur, structuur, vorm, het hele non figuratieve spectrum komt voorbij. Echter , ineens klinknagels ? Later een patrijspoort ? Letters van een naam, BETA NASSAU. We staan minuten lang ons te vergapen aan een ge-erodeerde scheepsromp die voorbij komt varen.
Soms is de zichtbare werkelijkheid mooier dan de mooiste abstracte schilderkunst.




zondag 5 september 2010

About The Landscape. Paintings from Rogier Janssen



On the web you can find a digital globe called 'Google Earth'. This globe has been constructed by merging satellite pictures and arial photographs, and it enables you to zoom in on The Hala Ludowa in Wroclaw for example, or any other significant landmark for that matter. From macro cosmos to the human size, it is programming enginuity at its best. 
What do you see when you zoom in from outer space to the surface of the earth? You may find that the outcome of man’s twiddling on earth bears a profound resemblance to the growth of a colony of bacteria in a petri dish, or ice crystals appearing on a cold window pane. Zoom in on any city and notice the similarity. Among the blues and greens of the earth, there it is all of a sudden, a stain, whose structure seems to comply with mathematical laws, or which has fallen victim to the brute indifference of chaos. In places the earth’s surface looks rusty or seems to have fallen victim to moulds. When you zoom in closer however, these places turn out to be cities or other marks of human activity. Google Earth enables you to behold the earth 'oculus dei', with the look of an Old Testament God or a returning moonastronaut. When you have already taken the seat of the Almighty in your imagination, the next step is an easy one: to rid this perfect globe of those ugly stains with one swipe of your Divine, slightly moistened, finger. Watch man’s accomplishments disappear in one straight brush, no more that a spec of dirt in the eye of the most Heavenly Beholder. Where the Bible, Coran and Tora no longer succeed in our secularised Western society, a gadget on the internet manages to teach us a formidable lesson in humility.


Rogier Janssen is a modern landscape painter. As such he falls in line with a long-standing tradition in the low countries. Dutch landscape painting has always been characterised by a rather businesslike approach to the subject. Attention to the effects of light and the use of optical aids are part of this tradition. The works of Janssen exhibit all of these features. Holland abounds in man-made landscapes. There are hardly any places to be found in the country that do not show the traces of human alteration. To use a term from commerce, the landscape also has a remarkably high turnover rate. Buildings, or road or water works that lose their function are quickly broken down and replaced by other shapes, structures or objects. Every few decades the country changes beyond recognition. The high pace of development results in a country that is thoroughly urbanised, recent, uniform and ugly. The cold approach seems to deny history its role in an organic growth of the landscape. The arcadian landscape from the painting tradition is anywhere but here. A country like a machine. These cold facts reflect in Janssen’s paintings. The lack of any historic context in the present, highly utilitarian Dutch landscape has resulted in images that seem to pick up on the poetry of this landscape. A painting of a gsm antenna oozes menace, simply because such an modern, everyday object is chosen as the subject of a painting. The subject invokes questions of the sort to which extent society and human relationships are intertwined by data flows and radio frequencies.
Another feature of Janssen’s landscapes is that man himself is the great absentee, when traces of human activity are everywhere to be seen. The landscape has always been touched or polluted by mankind. The typically arcadian landscape is a small paradise, unpolluted, in which humans happen to repose. Janssen’s landscapes are, as it were, anti-arcadian: man has just left and in most cases he has made a mess of the landscape. Most of the painting ‘Waalbruggen’ (Bridges over the river Waal) for example consists of the painted representation of a mud field, in which cars and trucks have left their tracks.
The upper half of the painting shows the old road bridge over the river Waal, near Zaltbommel. This was once the busiest traffic junction in the Netherlands, but it lost this function 15 years ago. The bridge is partly closed by a road block. On its left a few brushes outline the railway bridge, on its right the new road bridge appears. A place with its own history, portrayed in all its muddy glory, probably soon to be brushed out of the landscape. A Dutch-style vanitas metaphore. The same goes for the German-Dutch border crossings: rendered obsolete by historic events they have been abandoned to neglect and decay. Perhaps it is because Janssen lives in a county that denies history that time has become the recurring theme of his landscapes.



Translation by Frank Van Duren